banner

Betalingen rond de failissementsdatum: de Hoge Raad wijzigt zijn koers

Een schuldenaar mag bij een faillietverklaring niet meer over zijn bankrekening beschikken, te rekenen vanaf 0:00 uur van de dag van de faillietverklaring. Hij is dan dus niet meer bevoegd om een betalingsopdracht aan de bank te geven. Dit op grond van artikel 23 van de Faillissementswet.

Maar hoe zit het dan als een betalingsopdracht vóór de faillietverklaring is gegeven, maar pas daarna is verwerkt/geëffectueerd? Kan de curator in dat geval het overgeboekte bedrag terugvorderen van de begunstigde?

De Hoge Raad heeft in 1989 bepaald dat beslissend was of de bank aan wie de betalingsopdracht werd gegeven, op 0.00 uur van de dag van de faillietverklaring alle handelingen ten aanzien van die opdracht had verricht (NMB/Vis q.q., HR 31 maart 1989, NJ 1990, 1). Dit was mede afhankelijk van het feit of de schuldenaar en de begunstigde een bankrekening aanhielden bij dezelfde bank of een andere bank.

Waren alle handelingen ten aanzien van de betalingsopdracht verricht, dan kon de curator het betaalde niet terugvorderen. Was dit niet het geval en stonden er dus nog handelingen open op 0:00 van de dag van de faillietverklaring, dan kon de curator het betaalde wel terugvorderen.

De Hoge Raad is hier echter inmiddels op deze rechtsregel teruggekomen. Hij heeft namelijk in zijn arrest van 20 maart 2015 bepaald dat een girale betaling pas is geschied bij creditering van de bankrekening van de begunstigde. Dit leidt tot de nieuwe, simpele regel dat als voor het faillissement een bedrag is overgeboekt, dit bedrag door de curator kan worden teruggevorderd als de rekening van de begunstigde ná het faillissement is gecrediteerd. Het gaat dus niet meer om de vraag of de bankinstelling aan wie de overboekingsopdracht is gegeven alle handeling ten aanzien van de betalingsopdracht heeft verricht, maar simpelweg of het bedrag vóór of ná de dag van de faillietverklaring op de rekening van de begunstigde staat.

Er zijn twee belangrijke voordelen aan deze regel. Allereerst hoeft de curator niet meer na te gaan wanneer de bank van de schuldenaar alle handelingen heeft verricht ter effectuering van de betalingsopdracht. Dit is praktisch gezien vaak lastig en kan leiden tot uitkomsten die naar aanleiding van  de (soms toevallige) omstandigheden kunnen verschillen. Verder maakt het geen verschil meer uit of het gaat om een rekening van de schuldeiser bij dezelfde of bij een andere bank.

terug naar overzicht