banner

Heeft een werknemer een wettelijk recht op thuiswerken?

Stel dat een werknemer graag een of meer dagen zou willen thuiswerken. Kan hij dit afdwingen?

Een nieuwe wet: de Wet Flexibel werken
Sinds 1 januari 2016 geldt er een nieuwe wet: de Wet Flexibel Werken. Deze wet is in het leven geroepen om flexibel werken onder werknemers te bevorderen. Op grond van deze wet kan de werknemer een aantal verzoeken doen aan de werkgever.

1. Het aanpassen van de arbeidsduur
Een werknemer kan een verzoek doen om zijn arbeidsduur aan te passen. Dat houdt in dat de werknemer meer of minder uren wil gaan werken.

2. Het aanpassen van de werktijden
Een werknemer kan zijn werkgever ook verzoeken tot aanpassing van werktijden, bijvoorbeeld als hij liever van 10.00 uur ’s ochtends tot 14.00 uur ’s middags werkt in plaats van 8.00 uur ’s ochtends tot 12.00 uur ’s middags.

3. Het aanpassen van de arbeidsplaats
De werknemer kan ook nog de werkgever verzoeken om zijn arbeidsplaats te wijzigen, bijvoorbeeld als hij liever thuis wil werken.

Wanneer en hoe kan een verzoek worden ingediend?
Een werknemer moet ten minste 26 weken in dienst zijn voordat een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur, werktijden of arbeidsplaats kan worden ingediend. Het verzoek moet bovendien schriftelijk én minimaal twee maanden voor de gewenste ingangsdatum worden gedaan.

Geldt de Wet flexibel werken voor alle werkgevers?
De Wet flexibel Werken maakt voor wat betreft het verzoek tot het aanpassen van de arbeidsduur een uitzondering voor kleine werkgevers. Dit zijn werkgevers met minder dan 10 werknemers. Zo’n werkgever dient zelf een regeling te treffen voor het recht van de werknemers op aanpassing van de arbeidsduur.

Voor wat betreft de verzoeken tot aanpassing van de werktijden en de arbeidsplaats is de Wet Flexibel Werken van toepassing op alle werkgevers en dus ook op de werkgevers met minder dan 10 werknemers.

Heeft de medewerker recht op de verzochte aanpassingen?
Met de invoering van de Wet Flexibel Werken is er geen absoluut recht ontstaan op het aanpassen van de arbeidsduur, de werktijden en/of de arbeidsplaats. De wet biedt de werkgever gronden om een verzoek van de werknemer af te wijzen, waarbij de gronden afhankelijk zijn van het type verzoek van de werknemer.

1. Het aanpassen van de arbeidsduur
Een werkgever dient een verzoek tot het aanpassen van de arbeidsduur in te willigen, behalve als zogeheten zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. Dat betekent dat de werkgever zal moeten aantonen dat toewijzing van dit verzoek zal leiden tot ernstige problemen van bijvoorbeeld de veiligheid, hij rooster-technisch in de knel komt, de bedrijfsvoering in gevaar komt of dat toestaan van het verzoek niet mogelijk is vanwege problemen bij de herbezetting van de vrijgekomen uren (bij verzoek vermindering arbeidsduur) of dat hij niet over voldoende werk beschikt (bij verzoek vermeerdering arbeidsduur).

2. Het aanpassen van de werktijden
Hierbij geldt hetzelfde als bij het aanpassen van de arbeidsduur: de werkgever kan dit alleen afwijzen als sprake is van de zogeheten zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

3. Het aanpassen van de arbeidsplaats
De werkgever kan dit verzoek afwijzen, zonder rekening te houden met het criterium van de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De werkgever kan volstaan met het verzoek serieus te overwegen en bij afwijzing hierover te overleggen met de werknemer.

Conclusie
Hoewel de Wet Flexibel Werken de drempel voor het weigeren van een verzoek tot thuiswerken (en het aanpassen van de arbeidsduur en/of werktijden) hoger maakt, bestaat er ook met deze wet geen recht op thuiswerken. De wet biedt immers de werkgever nog steeds de mogelijkheid om een dergelijk verzoek af te wijzen.

Mr. Robert van Huussen

terug naar overzicht