banner

Voorlopige voorzieningen: een uitkomst tijdens de echtscheidingsprocedure?

Het is een grote beslissing voor een echtpaar of één van de echtgenoten om te willen scheiden. Als die beslissing eenmaal genomen is, dient zich een onzekere periode aan.

Want hoe gaat het leven van de echtgenoten (en de kinderen) eruit zien totdat de echtscheiding is uitgesproken? Wie mag er tot die tijd in de echtelijke woning blijven? Hoe worden de financiën voorlopig geregeld? En hoe zit het met de verdeling van de zorg over de kinderen totdat de echtscheiding geregeld is?

Vaak lukt het echtgenoten om voor deze ‘tussenfase’ over al deze onderwerpen goede afspraken te maken, zo nodig met behulp van de advocaten. Soms kunnen echtgenoten echter niet tot dergelijke afspraken komen en lopen hierdoor de spanningen hoog op. In zo’n geval kan het treffen van een voorlopige voorziening uitkomst bieden. De rechter geeft dan over deze onderworpen een voorlopig oordeel.

Wanneer kan om een voorlopige voorziening gevraagd worden?
Voorlopige voorzieningen kunnen voor, tijdens en zelfs ook nog na de echtscheidingsprocedure worden verzocht. Pas wanneer de beslissingen in de echtscheidingsprocedure definitief zijn geworden, kan niet langer om voorlopige voorzieningen worden gevraagd. Dit is in beginsel de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Welke voorlopige voorzieningen kunnen verzocht worden?
De wet bepaalt dat voorlopige voorzieningen kunnen getroffen worden voor:
- het toevertrouwen van de kinderen aan één van de ouders;
- de verdeling tussen de ouders van de zorg over de kinderen;
- kinderalimentatie;
- partneralimentatie;
- het gebruik van de echtelijke woning;
- het gebruik van gemeenschappelijke spullen.

Hoe verloopt de procedure?
Een voorlopige voorziening kan alleen door een advocaat worden aangevraagd door middel van een verzoekschrift.

Nadat de advocaat van de ene echtgenoot een verzoekschrift tot het treffen van voorlopige voorzieningen heeft ingediend bij de rechtbank, wordt door de rechtbank een zitting gepland. Deze zitting vindt meestal twee à drie weken na indiening van het verzoekschrift plaats. De andere echtgenoot kan samen met zijn of haar advocaat tot aan die zitting een verweerschrift indienen, maar dit hoeft niet.

Tijdens de zitting bepleiten de advocaten namens beide partijen hun standpunten. Aan de hand van alle stukken en de pleidooien van de advocaten neemt de rechter vervolgens een beslissing. Het onderzoek van de rechter is wel minder grondig dan tijdens de echtscheidingsprocedure. Het betreft immers een voorlopige maatregel. Circa twee weken na de zitting ontvangen beide advocaten de beschikking van de rechtbank.

Wat is de geldigheidsduur van voorlopige voorzieningen?
Als om een voorlopige voorziening is gevraagd voordat een echtscheidingsverzoek was  ingediend, moet dit alsnog gebeuren binnen vier weken na afgifte van de beschikking. Gebeurt dit niet, dan is de beschikking voorlopige voorzieningen niet meer geldig.

De voorlopige voorzieningen blijven gelden totdat de beslissingen in de echtscheidingsprocedure definitief zijn geworden. Zoals eerder gezegd, is dit vaak de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Geen hoger beroep mogelijk
Het is niet mogelijk tegen een uitspraak over een voorlopige voorziening in beroep te gaan.

Het is wel mogelijk om de rechter te vragen een beschikking voorlopige voorzieningen te wijzigen. Dit kan echter alleen in het geval de rechter bij de eerste uitspraak van onjuist of onvolledige gegevens is uitgegaan of de situatie van de echtgenoten ingrijpend is gewijzigd.

terug naar overzicht