banner

Zorgkorting

Wanneer u kinderalimentatie betaalt, heeft u er vast wel eens iets over gehoord: de zorgkorting. Wat is de zorgkorting precies en wanneer heeft u er recht op? Deze en andere vragen beantwoord ik in deze blog.

Zorgkorting

Als u gaat scheiden of feitelijk uit elkaar gaat met uw partner, heeft uw kind zijn hoofdverblijfplaats bij de verzorgende ouder. De ouder bij wie het kind niet het hoofdverblijf heeft, is de zogenaamde niet-verzorgende ouder. De niet-verzorgende ouder is mede financieel verantwoordelijk voor het kind en dient bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en opvoeding van het kind (lees: dient kinderalimentatie te betalen). U ontvangt als niet-verzorgende ouder een zorgkorting. De kosten van de kinderen vormen de behoefte van de kinderen. De zorgkorting is een percentage van de behoefte. Samen met de draagkracht van de ouders is de behoefte bepalend bij het vaststellen van de kinderalimentatie. 

Berekening hoogte zorgkorting

Het percentage van de zorgkorting is afhankelijk van de hoeveelheid zorg. Hoe meer het kind bij de niet-verzorgende ouder is, hoe hoger het percentage van de zorgkorting. De verzorgende ouder hoeft voor dat deel niet in de behoefte (lees: de kosten) van het kind te voorzien, omdat de niet-verzorgende ouder daar in natura in voorziet in de tijd dat het kind bij hem verblijft. Bij de hoogte van het zorgkortingspercentage tellen alle zorgmomenten mee. U neemt dus het aantal dagen van de reguliere zorgregeling en het aantal dagen van de vakantieregeling. Dit aantal gezamenlijk vormt de mate van zorg. 

Hieronder wordt de mate van zorg en de daarbij behorende zorgkorting schematisch weergegeven.

Mate van zorg

Zorgkortingspercentage

Geen omgang

5 %

Gemiddeld één dag in de week

15 %

Gemiddeld twee dagen in de week

25 %

Gemiddeld drie of meer dagen in de week 

35 %

Zorgt u als niet-verzorgende ouder bijvoorbeeld gemiddeld twee dagen in de week voor uw kind(eren), dan is de zorgkorting 25 %.

Maximale zorgkorting

De minimale op te voeren zorgkorting voor de niet-verzorgende ouder bedraagt in beginsel 5 % en de maximale zorgkorting 35 %. Het minimum is er omdat de niet-verzorgende ouder jegens het kind het recht en de verplichting heeft tot omgang en in ieder geval tot dat bedrag in de zorg zou kunnen voorzien. Het maximum van 35 % resulteert erin dat voor de verzorgende ouder minimaal 35 % van de behoefte van het kind wordt toegekend aan verblijfskosten. Dat betekent dat er bij de berekening van de behoefte van het kind een percentage van (100 – (35 x 2) =) 30 % wordt toegekend aan verblijfsoverstijgende kosten. Verblijfsoverstijgende kosten zijn kosten die het verblijf van het kind overstijgen of anders gezegd, de kosten van het kind die gemaakt worden ongeacht bij welke ouder het kind verblijft. Hierbij kunt u denken aan geld voor kleding, schoolactiviteiten, verzekeringspremies, muziekles en contributies voor sportclubjes. Deze kosten komen in beginsel voor rekening van de ouder die de kinderalimentatie ontvangt.

Afwijkende afspraak

Heeft u met uw ex-partner afwijkende afspraken gemaakt over de zorgkorting of over de verblijfsoverstijgende kosten? In dat geval bent u verplicht de gemaakte afspraak na te komen. Het is goed mogelijk dat u in onderling overleg overeenstemming heeft getroffen voor een afwijkende afspraak. Zo zijn er heel wat ouders die afspreken dat de niet-verzorgende ouder (naast een eventuele kinderalimentatie) nog bijdraagt aan diverse verblijfsoverstijgende kosten zoals de kosten voor school. Daarnaast kan de rechter afwijken van de basisprincipes. Zo werd de zorgkorting op 0 % gesteld bij een vader die zijn plicht tot omgang structureel niet nakwam. In een ander geval werd de zorgkorting op 45 % gesteld omdat de kinderen gemiddeld vier dagen in de week bij de niet-verzorgende ouder verbleven.

Geschiedenis van de zorgkorting

De berekening van de zorgkorting aan de hand van een percentage is in 2013 tot stand gekomen. Voor die tijd werd er rekening gehouden met een forfaitair bedrag van € 5,-- per zorgdag. De niet-verzorgende ouder kreeg dan een zorgkorting van € 5,--, voor elke dag dat het kind bij die betreffende ouder verbleef. Naar mijn oordeel doet de huidige berekening van de zorgkorting meer recht aan de werkelijkheid.

 

< Terug naar overzicht